Moeder Gods (2012)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden
Jongens, het is afgelopen nacht misschien laat geworden, en jullie hebben misschien wat gedronken ... we zullen het jullie dus niet te moeilijk maken." Alsof, alsof, dierbare gasten en parochianen, alsóf de samenstellers van de liturgie van deze Nieuwjaarsdag, hoogfeest van de Moeder Gods, alsof zij dát gedacht hebben. Want de drie schriftlezingen voor deze dag zijn ultra-kort.

Wij hoorden het vervolg van het evangelie van de Kerstnacht. "Haastig gingen ze (de herders) erheen (naar Bethlehem) en vonden Maria en Jozef, en het kind dat in de voerbak lag." Ons altaarkribje, met 't gipsen kindje, vroeger hoogblond maar nu alweer een flink aantal jaren bruinharig, op mijn verzoek destijds door Fred van Stigt multi-cultureel, en meer semitisch ook, bijgekleurd; dat gipsen kindje in het altaarkribje met de armpjes zo verwelkomend gestrekt, het is alweer in de coulissen van de sacristie van uw Vredeskerk verdwenen. Nu vinden we aan het begin van het middenpad van de kerk, op de altaartreden, een beeld , eveneens van gips, maar van veel recenter datum als het neo-gótische kindje: een beeld van Maria met kind, uit de jaren vijftig-zestig denk ik. Maria als sterke, gespierde jonge moeder, een werkende vrouw, de voeten staan stevig op de grond, de knieën wijken uiteen. En op de linkerknie zit haar kind. En beiden, moeder en kind, lachen. Zij hebben een duidelijke lach om de mond. "Zij ziet lachend de komende dag tegemoet". Aan díe woorden uit het bijbelboek der Spreuken, uit het loflied op de sterke vrouw[1], denk ik als ik dit beeld zie. Maria, een sterke vrouw, een vrouw die zich, met haar kind en met Sint-Jozef, zoals voor de herders in Bethlehem, in deze kerk altijd door ons vinden laat, die er altijd op ons wacht en bij wie we altijd welkom zijn.

Verbazingwekkende dingen zijn het, die de herders zeggen over het kind. En "Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na." Belangrijke, essentiële  woorden zijn dat over Maria. Woorden die haar ten diepste tekenen en die haar betekenis voor óns ook duidelijk maken. Maria bewaart in haar hart. Ook wat wíj haar toevertrouwen. Zij bewaart het in haar hart en denkt erover na. Een nádenkende, een bedachtzame vrouw, Maria. Iemand die kan zwijgen.

Zo treffen wij haar aan in de beelden die we van haar in de kerk hebben, altijd zwijgend. "Hij zegt niks terug" hoor je mensen wel eens zeggen als het om God gaat en als het om bidden gaat. Hetzelfde kan gezegd worden in verband met Maria. Een zwijgzame gestalte. Máár iemand die kan luisteren, naar de herders van Bethlehem, destijds, maar ook naar ons. Want als het om God gaat telt in de bijbel ieder woord en is elk detail van blijvend, ja van eeuwigdurend belang, óók dus als het over Maria gaat. Maria zwijgt. Zij luistert. Zij is vol aandacht. Zij denkt na. Oók over wat wij haar toevertrouwen. Je kunt dat werkelijk met haar delen.

Elke morgen en elke avond sta ik hier in de kerk met een handjevol mensen voor het beeld van de Koningin van de Vrede. Wij kijken op naar dat beeld. Wij kijken naar Maria. En zij kijkt naar ons. Over de grens van tijd en eeuwigheid héén maak je contact met haar, met hoe jij je haar voorstelt, met wie zij voor jou ís. Wij zingen het Engel des Heren in het Nederlands of één van de aanroepingen van de Moeder Gods in het Latijn. Je tracht met je geest werkelijk bij haar te zijn, bij de woorden die je zingt, bij de klanken die je hoort en die je zelf mede voortbrengt. Intussen kunnen er ook nog allerlei andere gedachten in je spelen. Je ziet gezichten van mensen voor je. Gedachten aan bepaalde omstandigheden en zorgen komen in je op, terwijl je zingt, terwijl je bidt. En al die gezichten, gedachten, omstandigheden, zorgen worden op die manier opgenomen in het gebed, als balletjes in de soep. Je vertrouwt alles en iedereen toe aan Maria, aan de Moeder Gods. Zij denkt erover na. Je deelt het met haar. En in het contact met haar, dat gebedscontact met haar, dat bestaat in het kijken naar zo'n beeld, in het door je heen laten gaan van de woorden, de klanken van het gebed, maar dat ook los kan komen van woord, klank en beeld en dan alleen nog maar uit en in stilte bestaat, daardoor en daarín kunnen ook antwoorden opwellen, vanuit de diepe oergrond van Gods mysterie en van je eigen ziel. "Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na."

"Moge de Heer u zegenen en behoeden! Moge de Heer de glans van zijn aangezicht over u spreiden en u genadig zijn! Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken!" De woorden van de zogenaamde Aäronitische, de priesterlijke zegen uit het bijbelboek Numeri, de eerste lezing vandaag. Woorden die de vaste zondagse kerkgangers en kerkgangsters van deze Vredeskerk heel goed kennen want die zingen wij aan het eind van elke zondagsmis. Heerlijke woorden! De kerk geeft ze, als schriftlezing, een plek in de liturgie aan het begin van dit nieuwe jaar - als om het hele nieuwe jaar, 2012 nu, onder de zegen ervan te plaatsen.

"Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden (...) Moge de Heer zijn gelaat naar u keren." De kerk, in haar liturgie, nodigt ons op Nieuwjaarsdag uit om die glans van dat gelaat van de Heer te herkennen in de glans van het gelaat van Maria, Moeder Gods, in wie het gelaat van haar Zoon die ook haar Heer is op volmaakte wijze weerspiegeld wordt. "Entre les bras de Marie dort, dort, dort le petit fils. Mille anges divins, mille seraphins volent à l'entour de ce grand Dieu d'amour." De tekst van een Frans kerstlied uit het begin van de zestiende eeuw. Het koor zal het zodadelijk zingen. "In de armen van Maria slaapt, slaapt, slaapt de kleine zoon. Duizend engelen Gods, duizend serafijnen vliegen rondom deze grote God van liefde." O wat mooi. Moge, dierbare gasten en parochianen, de glans van het gelaat van Maria, de glans van het gelaat van Jezus op allerlei manieren in dit nieuwe jaar 2012 in uw leven oplichten. Ik wens het u van harte toe. Zalig Nieuwjaar. Amen.