Moge de Heer u zegenen (2012)

 
Elke dag is het begin van de rest van je leven.  Elke dag worden mensen geboren en elke dag sterven mensen.  Toch staan we collectief stil of zijn we eerder collectief opgetogen wanneer we samen een nieuw jaar mogen ingaan.
In het nieuwe jaar dragen we mee wat het verleden ons gebracht heeft.  We kunnen dit niet zomaar afschudden: de grote financiële en economisch crisis op wereldvlak, de lange regeringsonderhandelingen, de Arabische lente.  We vergeten niet de dagen dat we ziek waren en zeker niet die dagen waarop geliefden uit ons midden weggingen.  We dragen blije gebeurtenissen mee, verbonden aan een feest, aan een ontmoeting, aan nieuw leven.  We dragen de pijn mee over het leven van de kerk, pijn omdat wij er niet in slagen wat ons vreugde gaf aan anderen mede te delen.  Wij kijken uit bij het begin van een jaar naar het nieuwe en onverwachte dat komt, naar dat wat er nog niet is.  Wij hopen dat morgen beter mag zijn dan gisteren en vandaag.  We weten nu al dat niet alles zal verlopen zoals we het wensen.  Onze verlangens overtreffen wat de wereld ons kan bieden.

Op de eerste dag van het jaar blikt de liturgie terug op het feest van acht dagen geleden, op kerstmis.  Kerstmis is het feest van Jezus, de Christus.  Jezus is in de geschiedenis van mensen ingetreden, hij zet zijn voetstappen verder en blijft er sporen doorheen trekken.  Zijn volgelingen hebben deze geschiedenis van mensen mede helpen bepalen.  Een aantal tijdgenoten storen zich aan de christelijke tijdsberekening en laten de vermelding a.c.n of p.c.n achterwege.  Toch blijft Christus meer bekend dan de keizer die vanuit Rome bepaalde dat alle mensen zich moesten laten inschrijven.  Omwille van zijn bevelen is een koppel uit Nazareth naar Betlehem getrokken voor een volkstelling.  Midden dat tijdsgebeuren trok God een andere tijdslijn.

Op nieuwjaarsdag gaan we in de liturgie nog eens naar Betlehem en zijn er samen met de herders, mensen aan de rand van de samenleving.  God kiest hen uit om blij nieuws te verkondigen.  In 2012 blijft dit onze opdracht, boodschapper zijn van wat goed doet.  Mensen zijn die het goede zeggen en doen (bene-dicere en bene-facere).  De herders van toen zijn bij ons om met de ogen van de kleinen en de zwakken Gods wereld te bekijken en solidair te zijn met allen die wachten op ommekeer van leven.

We zijn acht dagen na kerstmis.  De achtste dag is deze waarop het kind in de kribbe als Joods jongetje werd besneden en de naam Jezus ontving.  Jezus, zijn naam betekent redder.  Hij geeft hier zijn eerste bloed.  Hij zal dertig jaar later alles geven wanneer hij op het kruis sterft.  Wie naar Jezus kijkt, ziet vooruit en botst met hem op een verveelde dwarsbalk.  Deze zal ongetwijfeld in 2012 weer opduiken.
Jezus, Gods Zoon, is geboren uit het Joodse volk.  Paulus zegt het heel bondig.  “Toen de volheid van tijd gekomen was, zond God zijn eigen Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet” (Gal. 4,4). 

Eén januari, is de werelddag van de vrede.  Voor christenen is het omdat de week voordien Jezus de vredevorst is geboren.  Alle toespraken van presidenten, koningen en regeringsleiders zijn dezer dagen doorspekt met woorden van vrede.  Paus Benedictus XVI koos voor de 45e werelddag van de Vrede als thema: "Jongeren opvoeden in gerechtigheid en vrede.”  Er zijn veel zorgen om de vrede in het land waar Jezus is geboren.  Christenen in het Nabije Oosten zijn bekommerd om het voortbestaan van hun gemeenschappen.  Velen verlieten Irak en Iran, ze hebben vrees in Egypte en Syrië.  Bomaanslagen op twee kerken tijdens de kerstnacht verontrusten de christenen in Nigeria. 

Op de drempel van het nieuwe jaar met zijn commerciële drukte betreden christenen het nieuwe jaar samen met Maria, de moeder van Jezus.  Zij is de contemplatieve vrouw, die zoveel in haar hart bewaart.  Zij is ons op 1 januari, op de octaafdag van Kerstdag zeer nabij.  Als eerste gelovige staat ze met ons in de kerk.  Zij die zoveel in haar hart bewaarde, zegt ons dat wij op ons hart moeten waken en dat stilte ons in het nieuwe jaar ten goede zal komen. 

Wij noemen Maria de gezegende.  Zij kende de zegenbede van Aäron, van geslacht tot geslacht doorgegeven: “Moge de Heer de glans van zijn gelaat over jou spreiden” (Num. 6,25).  Ze kende die woorden, maar schrok wanneer Gods bode haar de ‘begenadigde’ noemde.  Over Maria straalde het licht van God.  Daarom hebben kunstenaars van haar zulke mooie schilderijen kunnen maken.  Maar haar grootste vreugde was zij dat zij als gering eenvoudig meisje leven mocht geven aan Jezus, die het gelaat van God onder ons is geworden.

Wij bidden om Gods zegen doorheen dit nieuwe jaar.  Een zegen is een wens.  Niet alle wensen gaan in vervulling.  We geloven dat God zijn gelaat naar ons blijf toewenden en ons niet alleen laat.  

God, begin en oorsprong van alle zegeningen, moge ons omringen met de overvloed van zijn genade en ons veilig en wel het hele jaar behoeden.

Hij moge onze geloofstrouw bevestigen, ons doen standhouden in hoop en ons met een heilig geduld doen volharden in de liefde.

Hij moge ons elke dag bij alles wat wij doen, bewaren in zijn vrede, elk gebed verhoren dat wij tot Hem richten, en ons in voorspoed geleiden tot het eeuwig leven (Naar het Altaarmissaal).  

Een zalig, gezegend 2012.