De angst bezworen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Toen niet alleen de mannen met hun stenen waren afgedropen - de staart tussen de benen, de oudsten voorop - maar ook de vrouw was weggegaan, rechtop, bleef Jesjoe achter, heel alleen. En angst beving hem, het was alsof hij bloed zweette. Hij sloot zijn ogen en bad tot de Enige:

‘Jij die weet wat in mensen omgaat, peil nu mijn donker hart. Bang ben ik voor wat komen gaat. Bang voor die mannen, moordlustig braaf. Ze zullen terugkomen, de oudsten voorop, met nieuwe stenen, handenvol argumenten om mensen te isoleren en klein te houden, om vrouwen hun plek te wijzen. Ze zullen bijvoorbeeld haarfijn weten wat ik geschreven heb in het zand, ze weten meer dan ik.
Bang ben ik voor allen die zullen volgen. Voor de gemakzuchtigen en de scrupuleuzen; voor de macho's die zelf buitenspel willen blijven als het gaat om overspel; voor de politici die mensen gebruiken; voor de christenen die met de vinger mijn leermeesters zullen nawijzen. En dan zullen ze mij aanroepen niet omdat ze kwaad willen maar omdat ze het goed bedoelen - dat is nog het ergste.
Bang ben ik voor het lot van deze ene vrouw - o God, ik ben zelfs vergeten haar naam te vragen. Zal ze het redden als ik uit de buurt ben, Zal ze niet gestenigd worden alsnog? Erger nog: zal ze niet haar leven lang rondlopen met een loden schuldgevoel en bezwijken of ineenkrimpen onder een bezwaard hart? De schaamte is haar niet enkel opgelegd, maar slaat ook naar binnen; ze zou niet de eerste zijn wie dat overkwam.
Bang ben ik, Jij weet het, voor mijn eigen toekomst. Wat haalt het uit wat ik zeg en doe? De wereld draait door in kringen van wraak en weerwraak, in de maalstroom van onrecht en brute macht. Ik ben zoals die vrouw niet meer dan een figuur in de marge, een voetnoot in Israëls droeve geschiedenis. Waar is jouw tijd van wegen dwars door de zeeën en rivieren in de woestijn? O heilige Vader, Moeder, Nabije, Verhevene, laat weer uw uur komen, verheerlijk uw zonen en dochters.'

Zo bad Jesjoe. En hij kreeg geen antwoord. En zijn angst duurde. Totdat een onbekend meisje hem meetroonde, weg uit zijn verscheurdheid en verlamming, en hem de ogen opende. Hij zag een kring van dansende vrouwen. ‘Iets nieuws' zongen zij, ‘het is al begonnen'. Toen klonk er een stem, uit zeg maar de hemel: ‘Kijk, jongen. Ziehier mensen die door de hel zijn gegaan. Ze hebben vrijheid geroken, en niets kan hen nog weerhouden. Daarom dansen zij nu al. Ziehier Gods woning onder de mensen.'

Angst en zwaarte weken van zijn ziel. Jesjoe kon dansen, hij wist weer wat genade was.