5e zondag in de veertigdagentijd C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Een beschamend verhaal. Kun je wel! Met z'n allen, ferme jongens, stoere knapen, tegen één vrouw, betrapt op overspel. Dat doe je volgens mij niet alleen! En waar is die man dan? Ik zie een kring van wat hijgerige mannen, middelbaar, goed in ‘t pak, overlopend van fatsoen. Maar ze hebben de stenen al klaar.

Het is een verhaal om goed naar te kijken en te luisteren. In ons jaarthema barmhartigheid is dit misschien wel een modelverhaal. Wat me onder andere opvalt: Er staat, tegen het einde van het verhaal, dat Jezus alleen achterblijft met die vrouw die daar was blijven staan! Stel je voor: met zoveel verontwaardiging om je heen; met al die priemende ogen en wijzende vingers. Maar zij blijft rechtop. Wat een kwetsbaarheid en wat een kracht tegelijk! Misschien heeft dat wel te maken met Jezus, want die gaat door de knieën; die maakt zich juist klein. Is dat barmhartigheid: Niet willen uitsteken boven degene die op jouw hulp is aangewezen? Barmhartigheid is van de ene kant heel confronterend, en tegelijk heel teder. Ik bedoel: Jezus gaat niets uit de weg. Niet het overspel, niet de strikvraag. Hij is duidelijk in zijn opstelling naar de ander, maar nooit eisend. Wat je doet verdient geen schoonheidsprijs, maar ga maar en - omwille van jezelf - probeer wegen te gaan waar je echt gelukkiger van wordt. Tegenover al dat mannelijke, ferme, is Hij een toonbeeld van ontferming; niet zo ferm, zo stoer. Van de ene kant intens bij iemand betrokken, maar tegelijk op eerbiedige afstand. Ik-ben-er is de goddelijke naam. Ik ben er: vriendelijk en uitdagend, nabij en respectvol. Zo voel je in het verhaal ruimte groeien. ‘Je mag tot jezelf komen, je eigen weg vinden. Ik leg je niet vast in oude patronen en gedateerde wetten. Ik knevel je niet in claimende bezorgdheid of verstikkende goedheid, waarmee mensen elkaar soms dood knuffelen. Ik gun je je eigen levensontwerp: Ga en doe het zo goed mogelijk. Je mag tot jezelf komen. Ik geloof in het beste in jou.'

Dat is - denk ik - ook de barmhartige houding waarmee mensen elkaar in het Labalu-project in Kenia tegemoet treden. Op de eerste plaats dat enorme vertrouwen in de goede mogelijkheden die ieder van hen in huis heeft. Dan heeft het ook zin om in die kring van barmhartigheid je kwetsbaarheid te tonen aan elkaar. Want je weet dat ieder bereid is samen te zoeken naar de kracht om het leven beter te maken. Ook daar staan vrouwen in het midden. Ontferming. De mannen volgen, overtuigd als zij raakten van het goede wat hier groeide. Elke nood die wordt geklaagd, wordt gehoord; niet neerbuigend van boven naar bene-den, zoals ontwikkelingshulp zo lang gedaan heeft (‘Wat ben jij klein en zielig'), maar open, helder, betrokken en direct en ‘to the point'. En ook zoals in het evangelie: op een respectvolle afstand als het gaat om onze financiële steun. Het gaat om kleine bedragen, geen giften, maar leningen die hen in staat stellen om overeind, staande te blijven. Er schiet me al weer zo'n oud bijna versleten woord te binnen dat met barmhartigheid te maken heeft: goedertierenheid. Dat het goede in elk mens, in elk volk, mag tieren en groeien. Die houding, die dat mogelijk maakt.

En ieder die dat nog niet had begrepen, die droop beschaamd af. De oudsten het eerst staat er, wat beschuldigend. Alsof ze beter hadden kunnen weten. Alsof we beter hadden kunnen weten: die stenen waren om op te bouwen.

In het draaiboek van het leven, ook van een geloofsgemeenschap, rijden mensen wel eens een scheve schaats. Laten we maar tegen elkaar zeggen: Ik ben geen haar beter dan jij. Maar zullen we elkaar niet stenigen onder onze normen en waarden? Zullen we de stenen bouwstenen maken van een beter leven? En de meest kwetsbare mag in het midden, als zij of hij wil. En we veroordelen niet. Integendeel: we zoeken samen naar beter. Je kunt het!