Wonen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Wat is het voor ‘wonen' waarvan in de Schriften sprake is? Het wonen van Abraham en Sara - vader en moeder van alle gelovigen - was: zwerven. Gaan van het een naar het ander, met slechts de onzekere zegen van een belofte: ‘Ik zal er zijn, Ik ga met je mee'. Het wonen van Mozes en zijn volk was: ‘s nachts slapen in tenten en grotten, overdag opbreken en verdergaan de woestijn door, de vrijheid tegemoet. Enthousiast of morrend, groeiend naar elkaar toe. Het wonen van Jezus was niet anders: overal nergens thuis, geen steen om zijn hoofd op neer te leggen. Wel iets anders dus dan een veilig, gesettled bestaan. Geen huurwoning met garanties, geen koopwoning met hypotheekaftrek. De enige zekerheden zijn de grond onder je voeten, de open hemel boven je hoofd, en het perspectief voor je uit.

‘Wonen onder de hoede van God' zou kunnen betekenen: op die bescheiden maar allesbepalende basis je leven grondvesten, om zo op het spoor te komen van het enige dat ertoe doet. Je toevertrouwen, niet aan de goden van hebben en houden, maar aan de Stem die tot vrijheid roept. Zoals Abraham, Mozes, Jezus. Zij hebben geweten - ervaren, meegemaakt - wat het lied zegt en doet: wat je ook overkomt, welke vlucht je leven ook neemt, telkens word je met beide benen op de grond gezet en kan je antwoord dit kleine zinnetje zijn: ‘Op U stel ik heel mijn vertrouwen'. Dan kun je verder.

Zoals elke geloofsuiting kan je ook Psalm 91 misbruiken. In het woestijnverhaal van Jezus wordt op dit lied teruggegrepen om hem uit te dagen: bewijs jezelf maar, niets kan je toch gebeuren? Maar Jezus van Nazaret geeft geen krimp: ‘Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen'.

Je kunt dit lied voorhouden aan mensen met huurschuld, aan ontheemden en asielzoekers. Maar dat zou erg goedkoop zijn. Juist als je jezelf een vaste woonplaats hebt verworven, moet je je realiseren waar je vandaan komt en waar je naar toegaat, voordat je eigen zelfgenoegzaamheid je aanvalt in de rug en je verkrampt in je eigen straatje.

Kunnen wij die oude psalm aan? Misschien zijn de woorden nog te groot, te zeer toekomstmuziek. Maar dat is niet erg. Wij, overal nergens thuis, zingen anderen achterna, in de hoop dat wij hen achterna léven - ‘tot in lengte van dagen'.