Met vertrouwen

Dystopie: een moeilijk woord. Daarmee wordt een toekomst aangeduid die er geen is en waarin alles slecht afloopt. Het gaat over apocalyptische en post-apocalyptische fictie, verspreid door boeken en films. Het woord is afgeleid van het Griekse: δυσ-, "slecht, hard", en het Griekse τόπος, "plaats, landschap". Het tegendeel van de dystopie, de utopie is juist een gewenste toekomst die onbereikbaar schijnt of blijkt.

Een leerkracht vertelt in de klas over de gevolgen van de klimaatverandering en hoe de wereld er over vijftig jaar zal uitzien. Een leerling zegt angst te hebben voor de toekomst en dat het geen zin heeft nieuw leven te wekken.

Een doemdenken ontneemt de levenslust. Het kan ook leiden tot hedonisme. Als het straks gedaan is, laten we er nu nog goed van genieten.

Het zicht op de toekomst en de zorg ervoor kunnen en zouden moeten leiden tot waakzaamheid en verantwoordelijkheid. Wanneer de evangelisten apocalyptische uitspraken van Jezus noteren komt er steeds de oproep bij om waakzaam te zijn.

De eerste en de laatste

In de Bijbel komen een aantal apocalyptische beelden over rampen en oorlogen. Het laatste boek van de Bijbel is gekend als het boek van de Apocalyps. Toch is het geen pessimistisch boek. De laatste bladzijde van dit boek, tevens de laatste van gans de Bijbel, brengt een woord van vertrouwen. Christus is de eerste en de laatste. Trouwens gans de Bijbel is gedragen door de overtuiging dat God het eerste en het laatste woord heeft.

God staat aan het begin

en Hij komt aan het einde.

Zijn woord is van het zijnde,

oorsprong en doel en zin.

(ZJ 541)

De Bijbel is tevens een uiting van het diepste verlangen zowel van de mens als van God naar ontmoeting. Dit zet ons in beweging naar een ontmoeting en voor de opbouw van een gemeenschap in liefde. Kom. Op onze bede “Kom, Heer Jezus”, antwoordt hij: “Ja, ik kom spoedig”. Het lijkt bijna op een lied van een duet.

Wij nemen de bede Kom Heer Jezus zeer ter harte tijdens de pinksternoveen. Jezus komt met de gave van de heilige Geest. De Vader, de Zoon en de Geest willen bij ons hun intrek nemen. Wij bidden eveneens opdat de belofte van God in vervulling mag gaan: “Ik maak alles nieuw.”

Pinksternoveen

De oudste pinksternoveen is deze van Jeruzalem na het heengaan van Jezus. Tussen Hemelvaart en Pinksteren bidden christenen heel intens voor de komst van de Geest. Zoals we in de Advent uitzien naar kerstdag in de dagen van de O-antifoon, zien we in deze periode uit naar de komst van de heilige Geest.

Een van de titels, waarmee Jezus in de O-antifonen wordt aangesproken, is deze van Radix Jesse, Wortel van Jesse. Jezus stelt zichzelf voor in de Apocalyps; als ‘de wortel van Jesse uit het geslacht van David’. Zijn roots zijn joods. Hij kondigt tevens de nieuwe dag aan. Hij is de Morgenster. O Oriëns! “O licht, vrolijk licht van de hemel” (ZJ 832).

De eerste pinksternoveen had plaats in Jeruzalem. Lucas is onze informant. Hij noteert dat de apostelen, Maria en een grote groep leerlingen bijeen waren.

Onder de stuwende kracht van de charismatisch beweging geven meer gemeenschappen aandacht aan deze pinksternoveen.

Stephanus, een geloofsgetuige

In de nabijheid van Jezus plaatst de schrijver van de Apocalyps zij die hun kleren rein wassen. Daarmee zijn de martelaren bedoeld. De keuze voor Jezus en de gave van de geest zijn geen waarborg voor een gemakkelijk leven. Het boek van de Openbaring gaat over zij die vervolgd werden en nog vervolgd worden. Jezus is door de dood gegaan. Zijn eerste volgeling op die weg is Stephanus. Hij volgt bijna letterlijk Jezus door zoals Jezus zijn beulen te vergeven en in vertrouwen zijn leven te geven.

Bidden om eenheid

We krijgen op deze zondag tijdens de pinksternoveen woorden van Jezus aangereikt om samen met hem te bidden. Ze komen uit zijn hogepriesterlijk gebed. Dit is het langste gebed in het Nieuwe Testament. Het hogepriesterlijke gebed, een hoge naam voor dit laatste deel in de afscheidsrede van Jezus. Het is biddend dat de Jezus en de gemeente hun zorgen en aandacht uiten.

Jezus staat dicht bij zijn heengaan. Hij weet dat hij gaat lijden en hij leeft er naar toe in overgave. Hij gaat het lijden in met vertrouwen.

Jezus heeft een blik op de toekomst doorheen de tijd. Het is een gebed om eenheid. Deze is al vlug bedreigd en ze zal tot het einde toe bedreigd blijven. De kerk is in ballingschap tot het einde toe. Ze is verspreid over de wereld, Waar ze een teken zou moeten zijn van Jezus, schiet ze daarin te kort. Zo schendt ze zijn gelaat.

Jezus bidt voor zijn leerlingen en ook voor hun volgelingen en de komende generaties. Hij bidt voor ons christenen in de eenentwintigste eeuw.

“De centrale vraag in het hogepriesterlijk gebed van Jezus, gewijd aan zijn leerlingen van alle tijden, is die van de toekomstige eenheid van degenen die in Hem zullen geloven. Deze eenheid is geen werelds fenomeen. Zij komt uitsluitend voort uit de Goddelijke eenheid en komt vanuit de Vader tot ons door de Zoon en in de Heilige Geest. Jezus smeekt dus een gave af die uit de hemel komt, en die haar – reële en waarneembare – uitwerking heeft op de aarde. Hij bidt “opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U: dat ook zij in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt” (Joh. 17, 21. Enerzijds is de eenheid van de Christenen een verborgen werkelijkheid, in het hart van de gelovigen. Maar tegelijk moet zij in heel haar helderheid in de geschiedenis te voorschijn komen; zij moet te voorschijn komen opdat de wereld zou geloven, zij heeft een heel praktisch en concreet doel en zij moet verschijnen opdat allen, opdat wij, werkelijk één zouden zijn. De eenheid van de toekomstige leerlingen, die eenheid is met Jezus – die de Vader in de wereld gezonden heeft – is de bron van de doeltreffendheid van de christelijke zending in de wereld” (Paus Benedictus XVI, audiëntie 25 januari 2012).

De verdeeldheid tussen de christenen is een hindernis geweest bij de verkondiging en ze is het nog. Alsook onze zonden, die het kleed van Christus bevuilen en scheuren. Het hart van God is ruimer dan het onze. Wij danken met woorden uit prefatie VIII: “Heilige Vader, Gij hebt uw kinderen die door de zonde van U waren vervreemd, opnieuw bij U willen samenbrengen door het bloed van uw Zoon en de kracht van de Geest: één volk, uit de drie-ene God, lichaam van Christus, tempel van de Geest, uw Kerk op aarde: tot lof van uw veelvuldige wijsheid!”

Een kerk op weg naar eenheid

“Mogen, allen één zijn.” Dit gebed van Jezus is de motor voor de oecumene. Deze zin staat centraal op een wandtapijt in de zaal van de Wereldraad van Kerken in Genève.

We hebben kerk tegen kerk gebouwd. “Vergeef, o Heer, dat duizendvoud ons sstem en, steen gescheiden houdt” (ZJ 710). Internet is een van de middelen om contacten te bevorderen en van elkaars gaven te genieten. Het wordt ook gebruikt om giftige pijlen af te schieten op wie onze mening niet deelt. Verscheidenheid zou geen kloven mogen scheppen. De kerk weze een spiegel van Gods vriendelijkheid.

Moge in vervulling gaan wat wij vragen in het eucharistisch gebed XI D voor een kerk op weg naar de eenheid: “Wij danken U, goede Vader, voor de blijde boodschap van uw Zoon, want uit alle volken en talen hebt Gij zoekende mensen tot de gemeenschap van uw Kerk geleid. Uw Geest ademt zij in en uit en zij voert de mensen tot elkaar; zij worden één van hart. De Kerk is de spiegel van uw vriendelijkheid en wekt een blijde hoop in het hart van de mensen. Zij is het teken van uw trouw, ons toegezegd voor immer.”

In dit eucharistisch gebed XI D bidden wij: “Maak uw kerk te midden van een verdeelde wereld tot een instrument dat geloofwaardig en volhardend de eenheid en de vrede dient.”

In elke eucharistieviering denken wij aan de bede van Jezus in zijn afscheidsrede bij het laatste Avondmaal. Vooraleer het brood gebroken wordt en we aan elkaar de vredeswens geven, bidden wij het vredesgebed dat eindigt met deze woorden. “Geef vrede in uw naam en maak ons één. Gij die leeft in eeuwigheid.”