Het geloof van de dragers

 

In hoeveel vergaderingen van Ziekenzorg hebben mensen al niet de fijne tekst gehoord en gelezen van pater Marcel Weemaes, Indien ik je dragen kon. 

Indien ik je dragen kon over de diepe grachten
van je gesukkel en je angsten heen
dan droeg ik je 
uren en dagen lang. 

Zijn tekst spreekt over de goedheid van de drager en over diens kwetsbaarheid. Hij heeft zich geïnspireerd op het merkwaardige verhaal van de dragers die een lamme bij Jezus brengen en daarvoor hinderpalen overwinnen.

Er zal een samenspel geweest zijn tussen de dragers en de lamme. Hij zal hun zijn verlangen meegedeeld hebben om bij Jezus te geraken. De lamme in Kafarnaüm (Mc. 2,3) was er aanvankelijk beter aan toe dan de lamme bij de vijver van Betsaïda (Joh. 5,7). Die man moest vaststellen dat hij niemand had om hem in het genezend water van de vijver te brengen.

De blinde kon niet zien, de lamme kon niet lopen. Toch geraakten ze samen vooruit. De lamme mocht op de rug van de blinde en hij zei aan de blinde hoe de weg eruit zag en hoe hij diende te gaan.

In het evangelieverhaal van Marcus is de lamme niet alleen. Medemensen - wellicht vier van zijn vrienden - brengen hem bij Jezus. Wie nam het initiatief? Wie had hen over Jezus gesproken? Zij hadden zich laten leiden door het gerucht dat over de Jezus in Kafarnaüm en omgeving de ronde deed. Gelukkig wie zich omringd weet door een net van dragers (mantelzorgers, beroepskrachten, mensen uit de zorgsector e.a.).

Hoe zouden ze bij Jezus geraken? De vindingrijkheid en de durf hebben hen geleid. Ze zorgen ervoor dat de lamme in het midden kan komen.

Pas als je je gedragen weet, kun je op jouw beurt mensen dragen.

Pas als je je bemind weet, kun je op jouw manier van mensen houden.

Pas als je solidariteit ervaart, kun je je zelf weggeven als brood en wijn.

Durf geloven dat er minstens iemand is die van je houdt, zoals je bent.

Laat je raken door zijn /haar tederheid, net zoals Maria en geef je hart en je handen. (Ergens gelezen)

Samen dragen

Walter werkte als nachtverpleegkundige in een Brussels ziekenhuis. Daarover vertelde hij aan vrijwilligers van Present-Caritas.

Een zin en een beeld uit zijn getuigenis zijn mij bijgebleven. De vreugde wanneer de nacht teneinde was en hij in de kamer van de zieke de gordijnen mocht opentrekken. Een nieuwe dag begint, we hebben samen de nacht doorstaan en overwonnen, die lastige nacht, waar je aan alles denkt en alles hoort. Samen de zieke en de verpleegkundige met nachtdienst.

Voor een zieke thuis start, een beloftevolle dag wanneer de thuisverpleegkundige ’s morgens aanbelt.

Op 15 maart 2015 was de  vierde edtiie van de Dag van de Zorg. Dag van de Zorg is dé opendeurdagvan de welzijns- en gezondheidszorg in Vlaanderen. Maar deze dag is al veel ouder. Zorg is er sinds mensen bestaan. Ja, zelfs bij de dieren zijn er sporen van zorg, zeker voor hun pasgeborene.

Tot last zijn

Mensen hebben de bekwaamheid tot het einde toe voor elkaar te zorgen. Zorg kan een last zijn, maar het mag. Daarom antwoordde de jongen die zijn gehandicapt broertje op de rug meenam naar school op de vraag: “Is het niet lastig?” met “Neen, hij is mijn broer!

We kunnen lasten spreiden. Moet ik dat nu doen? Ja, zo je op elk onderdeel van deze vraag ‘ja’ moet antwoorden. Het kan dat we de last met anderen delen. Ondersteuning en waardering maken lasten lichter.

Een van de meest gehoorde klachten van zwaar zieken en ook een van de redenen waarom sommigen neigen tot euthanasie, is: ‘Ik wil anderen niet meer tot last zijn.” Wij moeten over die boodschap goed nadenken, schrijft pater Marc Desmet palliatief arts: “We zijn elkaar tot last, maar dat hoort bij onze menselijke conditie. Heel ons leven zijn we elkaar tot last: zodra een kind op de wereld gezet wordt, zodra je een relatie aangaat. Hoe komt het dat we in onze maatschappij elkaar niet meer tot last willen zijn?

Op een berg in Palestina is ooit gezegd: “En als iemand je dwingt één mijl mee te gaan, loop er dan twee met hem op” (Mt. 5,41).

De hele mens helen en genezen

Het verhaal over de genezing van de lamme is vooral merkwaardig door de omgang van Jezus met de lamme. Jezus zag hun geloof, dit van de vier dragers en allicht ook het geloof van de lamme. Een eerste geruststellend woord! Jezus spreekt de man aan als ‘Zijn Zoon’, als ‘Vriend’. Hij spreekt de ganse persoon aan. Een blik volstond om het diepe verlangen van de zieke te vatten. Wat wenst die man? Hij hoopt te genezen, opnieuw te kunnen gaan, maar ook om bevrijd te zijn van een innerlijke last.

Heer, maak dat ik zien kan; Heer maak dat ik gaan kan. Het zijn aangrijpende beden bij een ziekenzegening, temeer omdat er meestal, althans op eerste zicht, niets gebeurt. De lamme blijft lam, de blinde blind.

In de tentoonstelling in het MAS over Heilige plaatsen, Heilige Boeken hing een uitspraak van Chris Sips, die vaak bedevaarten naar Lourdes begeleidt: “De gedachte dat hier in Lourdes zich alle dagen kleine wonderen voordoen in de vorm van wat mensen voor elkaar zijn, dat ze mekaar dragen.

Bij de zieke was er een verlangen naar heling, mogen en kunnen gaan, niet meer afhankelijk zijn van anderen. De wens naar heling stak op een nog dieper niveau. Was hij belast door kwaad uit het verleden,? Had hij schuld aan een verbroken relatie? Jezus doorzag de mens. De innerlijke genezing, die Jezus bewerkt, heeft een lichamelijk weerslag. Jezus geneest geen symptomen, maar oorzaken.

 

Jezus, voorstander van een holistische benadering, spreekt een kort bevrijdend woord: “je zonden zijn je vergeven.”

Zonden vergeven, wie kan dit?

De chicaneurs staan er. Jezus ontmoet hier voor het eerst bij Marcus de schriftgeleerden. Op dit eerste twistgesprek zullen er nog vier volgen. In plaats van zich met de anderen te verheugen om het goede dat gebeurt, komen ze met hun theologische bezwaren. Kan een mens zeggen wat alleen God mag zeggen? Wie kan zonden vergeven?

In de biecht worden onze zonden vergeven. De man, die daar de vergevingswoorden uitspreekt, die is zelf een zondaar! Hij doet dit in naam van hem, die alleen zonden kan vergeven, in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Een christelijke gemeenschap gelooft in de vergeving van de zonden. “Wie niet kan vergeven, breekt de brug af, waar hij zelf over moet.”

Hebben de kritiekasters toch ergens toch gelijk? Is het niet te gemakkelijk aan iemand te zeggen, je zonden zijn vergeven. In dit geval een zondenvergeving zonder belijdenis, zonder een opdracht om iets goed te maken. Wie zijn kwaad erkent en belijdt, heeft hij oog voor zijn slachtsoffers?

Hij die ons draagt

De man kan vrij en genezen terug naar huis. Hij weet nu dat God hem draagt. Jahweh had beloofd dat hij zijn volk op arendsvleugels zou dragen (Ex. 19,4).

Jezus draagt zijn volk vanaf zijn prilste bestaan. “Luister naar mij, volk van Jakob, en al wat er van Israël nog over is – van de moederschoot af door mij door mij gedragen, door mij gekoesterd vanaf de geboorte.

Tot in je ouderdom blijf ik dezelfde tot in je grijsheid zal ik je steunen.

Wat ik gedaan heb, zal ik blijven doen.

Ik zal je steunen en beschermen” (Jes. 46, 3-4).

God draagt elk mensenkind. Hij, de barmhartige, toont ons in Jezus zijn vriendschap. 

Footprints in the sand

Ik droomde eens en zie
ik liep aan 't strand bij lage tij.
Ik was daar niet alleen,
want ook de Heer liep aan mijn zij.We liepen samen het leven door,
en lieten in het zand,
een spoor van stappen; twee aan twee,
de Heer liep aan mijn hand.Ik stopte en keek achter mij,
en zag mijn levensloop,
in tijden van geluk en vreugde,
van diepe smart en hoop.Maar als ik het spoor goed bekeek,
zag ik langs heel de baan,
daar waar het juist het moeilijkst was,
maar één paar stappen staan.Ik zei toen "Heer waarom dan toch?
Juist toen ik U nodig had,
juist toen ik zelf geen uitkomst zag,
op het zwaarste deel van mijn pad..."De Heer keek toen vol liefde mij aan,
en antwoordde op mijn vragen;
"Mijn lieve kind, toen het moeilijk was,
toen heb ik jou gedragen..."