Schuld verlamt en blokkeert

7e zondag door het jaar                     cyclus B    19-02-2012            Jes 43, 18-19.21-22.24b-25

                                                                                                            Mc 2,1-12


- Schuld verlamt en blokkeert -

Beste vrienden,


Hebben jullie genoeg fantasie om je het evangelie van vandaag levensecht voor de geest te kunnen halen? 

Het is toch wel een indrukwekkend en mooi verhaal met daarin een grote dosis humor.  Jezus was naar zijn woonplaats, Kapharnaum aan het meer van Genesareth, teruggekomen. Hij was nu geen onbekende prediker meer, zoals bij het begin van zijn openbaar leven, en juist daarom stromen de mensen van overal toe en belegeren ze als het ware het huis waar Hij zich ophoudt.  Misschien hopen zij ook wel op een wonder, want het verhaal van zijn wonderen gaat in heel het land als een vuurtje rond. Maar misschien willen ze ook alleen maar de man zien waarover de mensen op de markt al die toffe verhalen vertellen.   Wat dan ook, het huis is in elk geval barstensvol, en tot bij Jezus geraken, dat kunt ge wel vergeten. Maar dat is nu juist datgene wat die vier mannen, die met een lamme op zijn draagberrie komen aanslepen,willen.  Ze willen Jezus om de genezing van hun zwaar zieke vriend smeken. De man is daar schijnbaar zelf niet meer toe in staat. Omdat de mensen hen niet doorlaten en ze niet tot bij de voordeur kunnen geraken komen de vier “hobby-brancardiers” op een grandioos idee. Ze gebruiken de buitentrap, die er toen bij elk huis was, en klimmen met hun last op het vlakke dak.  Omdat er geen luik in het dak is doorbreken ze gewoon de leem- en strolaag en maken zo een opening waar ze hun vriend met zijn berrie doorheen kunnen laten zakken. Ik kan me heel goed voorstellen wat voor opschudding het binnen in huis moet veroorzaakt hebben als de eerste stukken van het plafond naar beneden kwamen vallen.  Aan een spannende preek van Jezus was dan zeker niet meer te denken want iedereen keek naar boven om te zien wat er kwam. En dan zien ze hoe daar een verlamde man op een berrie aan touwen wordt neergelaten en direct voor de voeten van Jezus terechtkomt. Toch wel een ongewone gebeurtenis, denk ik zo, maar de reactie van Jezus vind ik nog meer ongewoon. Hij windt zich niet op over het kapotte dag, maar Hij zegt ook niet: “Ok, voor zo veel hardnekkigheid moet ik wel capituleren; sta op en wees gezond”.  Nee, heel onverwacht zegt Jezus: „Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven!”. Maar wat heeft de ziekte van die man in Godsnaam met zonde te maken? Op het eerste gezicht toch niets – toch zeker niet voor ons. En ik kan me ook goed voorstellen dat die reactie van Jezus, zowel voor de zieke zelf, als voor zijn begeleiders, op dat ogenblik een zware ontgoocheling was. Tenslotte wilde de man genezen worden en het huis gezond op eigen benen terug verlaten.  Dat uw zonden worden vergeven is allemaal wel goed en mooi, maar dat kan toch ook later nog gebeuren! Daarvoor hebben ze hem toch niet extra naar hier gesleurd en hem door het dak naar beneden laten zakken.   

We kunnen echter niet voorbij aan het feit dat Jezus onder helen en gezond worden veel meer verstaat dan alleen maar het goed functioneren van organen en ledematen.  Hij ziet altijd de hele mens, en in dit geval ziet Hij natuurlijk ook al die verlammingen die het de man onmogelijk maken om zowel in de lichamelijke als in de geestelijke zin een vervuld menselijk leven te leiden.   Zo gezien ligt het begin van genezing, ook vandaag nog, niet altijd bij het vervangen van sommige organen of lichaamsdelen, maar wel in het vaste besluit om dingen te veranderen en een nieuw leven te beginnen.  Bij heel wat mensen die, ondanks een zware ziekte, toch een ongelooflijk positieve uitstraling hebben, kunt ge een dergelijke ommekeer dikwijls zelf ervaren. Anderen daarentegen zien er op het eerste gezicht stralend uit, maar zitten innerlijk totaal aan de grond.  

Misschien vragen jullie je nu af: Hoe kunt ge nu, met een dergelijke kijk op de zaak, bij dit verhaal nog van een wonder spreken?  En in dat verband wil ik u graag nog enkele gedachten meegeven, waardoor we dit evangelie misschien beter kunnen begrijpen.

Jezus geneest hier de ganse mens en hij verzekert hem: „Gij zijt voor God helemaal O.K.“.   

Is het jullie in dit verband eigenlijk al opgevallen dat het niet Jezus is die de zonden vergeeft, maar wel God zelf?  Waarom staat hier: “Uw zonden zijn u vergeven” en niet: “Ik vergeef u uw zonden”?  Zou het hier niet logisch zijn als Jezus hier zelf actief zou handelen? Maar het gaat hier niet om een “zelfstandige vergevingsdaad” van Jezus.  Hij zegt aan de lamme gewoon Gods vergeving toe; Hij bevestigt dus alleen maar wat God reeds heeft gedaan. En wat heeft dat nu allemaal met die lamme te doen?  

Beste vrienden, we weten allemaal uit eigen ervaring dat schuldgevoelens en een slecht geweten een mens echt kunnen verlammen.  Schuld verlamt echter niet omdat God ons straft, maar omdat ze ons eigen leven en ook dat van anderen blokkeert en beknelt. Schuld en angst, schuld en benauwdheid, schuld en innerlijke verlamming zijn nauw bij elkaar betrokken.   En daarbij is het doorgaans ook niet alleen de eigen schuld die ons verlamt, maar ook nog de schuld van anderen aan ons die we nog niet hebben vergeven.

Ik geef u enkele voorbeelden: 

Een vrouw vertelt dat ze de aanrakingen van haar man eigenlijk al lang niet meer kan verdragen. Daarbij verkrampt zich alles in haar en dikwijls is dat zo erg dat ze er maagpijn van krijgt.  En dan vraag ik me toch af: Wat moet er tussen die twee toch allemaal verkeerd zijn gelopen dat het hun leven vandaag als door een nachtmerrie belast?  Jarenlange toewijzing van schuld langs beide kanten of ook nog steeds toenemende schuldgevoelens die altijd weer verdrongen, en innerlijk niet verwerkt werden. Schuldgevoelens die nooit benoemd worden en die daarom ook niet kunnen worden vergeven. Ik heb geen andere verklaring voor een dergelijke verlamming. 

Of kunt u zich voorstellen hoe het leven van ouders er moet uitzien wier kind doodgereden of misbruikt werd?  De vraag naar de schuld en de schuldige bepaalt daar dikwijls het ganse verdere leven.  Maar ook hier kan genezing alleen maar echt gebeuren als de schuldige de consequenties van zijn daad inziet en aanvaardt, als hij zijn schuld benoemt en erkent. Alleen dan bestaat er misschien kans op vergeving. En daarmee bedoel ik niet een opervlakkig: „Zand erover“. Neen, die vreemde schuld moet klaar en duidelijk uitgesproken en benoemd worden waarna ze naar de schuldige toe “teruggegeven” -  „vergeven“ moet worden, hoe zwaar ons dat meestal ook valt. Pas dan kan de verstarring wijken, die geestelijke verlamming, die ook tot verlamming van het ganse lichaam kan leiden.    


En hoe is dat dan met onze eigen schuld? Geen haar anders. Ook die moet klaar en duidelijk benoemd en erkend worden; ook zij mag niet worden gebagatelliseerd naar het motto: “zo erg zal het wel niet zijn!”  En dan moet ik Gods vergeving ook nog in volle vertrouwen aannemen, wetend dat Hij de eeuwige onvoorwaardelijk vergevende liefde is. Maar hoe dikwijls zijn mensen in staat om een situatie vanuit Gods standpunt te zien?  Daarom hebben wij altijd weer anderen nodig die ons Gods vergeving toezeggen en bevestigen, net zoals Jezus Gods vergeving aan de lamme heeft toegezegd.   Dat kan gebeuren in een biechtgesprek. De biecht is de bij uitstek meest werkzame vorm, waar de priester ons in Jezus’ naam Gods vergeving toezegt. Let wel, het is niet de priester die ons onze zonden vergeeft, maar God zelf!!

Gods vergeving gebeurt natuurlijk ook overal daar waar wij elkaar terug in de armen vallen, de veroorzaakte schuld vergeven en terug met een propere lei beginnen.   

Ik kan ons allen dan ook alleen maar toewensen dat we altijd weer mensen mogen ontmoeten die ons, in de betekenis die Jezus eraan heeft gegeven, de woorden: “Uw zonden zijn vergeven, sta op en ga” toezeggen en ernaar leren leven.  En ik geloof vast dat wanneer we dat „sta op en ga“ aan eigen lijf en leden hebben ervaren, we ook de kracht kunnen opbrengen om, vanuit onze geloofsovertuiging andere mensen te dragen en ze met Jezus in contact te brengen. En zo een contact brengt niet alleen ons, maar ook die mensen weer op de been. Amen.