Evangelieprikje 2015

Het nieuwe schooljaar is weer begonnen. Elk schooljaar heeft zo zijn nieuwigheden want goed onderwijs is natuurlijk altijd in evolutie. Een van blikvangers dit jaar is het M-decreet waardoor ook de jongeren die vroeger in het buitengewoon onderwijs zaten nu op een “normale” school les kunnen volgen. De tijd zal uitmaken of dit een goede zaak is, maar de achterliggende gedachte is mooi: jongeren met een “beperking” insluiten. Voor de volledigheid misschien vermelden dat er mensen zijn die denken dat bepaalde jongeren beter een aangepaste opleiding krijgen die hen kan voorbereiden op een leven in de samenleving later. Zij betwijfelen of dat zal gaan in het gewone onderwijs. Maar goed, twintig eeuwen voor dit M-decreet probeerde Jezus ook alle mensen in zijn project in te sluiten.. Als men zieke mensen bij Hem bracht zorgde Hij altijd voor een dubbele redding. Vooreerst werd de zieke genezen van zijn kwaal. Door die genezing kon hij weer gewoon functioneren in de maatschappij. Als zieke lag dat moeilijk omdat men er van uitging dat ziekte een straf van God was. Nu weten we wel beter ... Als er iets is wat de evangelisten ons willen vertellen met al die genezingsverhalen is het wel dat God niet wil dat mensen ziek zijn, integendeel, God wil redding brengen en Hij rekent daarvoor ook op ons. Als dit de boodschap is, kunnen we ons afvragen of we deze verhalen vooral letterlijk moeten lezen of eerder figuurlijk. Als we kiezen voor het tweede, kunnen we ons afvragen wie vandaag de dove is en hoe we die vandaag kunnen genezen. Misschien heeft het ook wel belang dat Jezus zich vandaag op “vreemd” gebied begeeft, bij mensen die door bepaalde joden toch niet als “volwaardige” mensen beschouwd worden. Vooraleer Jezus dus aan de dove kan vragen om openheid, legt Hij zelf al heel wat openheid aan de dag.

Het zou dus kunnen gaan om mensen die doof zijn voor Gods woord. We kennen er allemaal zo wel, misschien zitten we zelf ook af en toe eens in die categorie. Hoe pakt Jezus dat aan? Vooreerst neemt Hij hem apart. De Blijde Boodschap doorgeven gebeurt van mens tot mens, het moet geen massa-gebeuren worden. Hij neemt hem niet alleen apart, Hij raakt hem ook aan. Maar belangrijk is ook dat Jezus tegen de man zegt: “ga open”. Wil de evangelist ons daarmee zeggen dat zelfs de grootste wonderen niet kunnen gebeuren als diegene aan wie het wonder gebeurt er niet voor openstaat.

Ook al zal de evangelist niet de bedoeling gehad hebben om ons een praktische handleiding te geven over hoe we moeten omgaan met mensen die doof blijven voor de Blijde Boodschap, toch heeft dit stukje evangelie wel enkele bruikbare tips. Belangrijkst is misschien wel de openheid in dit verhaal. Het gaat om een wederzijdse openheid: Jezus staat open voor iemand die niet verondersteld wordt in Hem te geloven maar uiteindelijk zal ook de dove zichzelf moeten openen voor Jezus. Dit is een zeer belangrijk gegeven. Gods almacht toont zich niet door zich aan mensen op te dringen, als God liefde is dan kan Hij zich niet opdringen want liefde kan je niet opdringen. We vinden dit allemaal zeer logisch maar anderzijds zit er ergens in ons hoofd nog altijd het beeld van een supermachtige God die zich van niks iets aantrekt als het er op aan komt ons te redden van de grote slagen die het leven ons kan toedienen. Met deze en andere voorbeelden wil Jezus ons redden van een onjuist godsbeeld.

Keren we terug naar de dove, misschien wel de dove van hart zoals we in een kerklied zingen. Mensen die geen oor hebben voor de Blijde Boodschap, vinden we nu overal rondom ons. Het kan zelfs om een partner, kinderen, broers, zussen gaan. Het opdringen is geen optie, het gebeurt – als het al gebeurt – van mens tot mens. Ik kan dus alleen maar herhalen hoe groot de voorbeeldfunctie is van elke gelovige. In ons christelijk spreken en handelen kunnen mensen misschien geraakt worden door Jezus en Zijn Blijde Boodschap. Ook tegen hem zal Jezus “effata” moeten zeggen, de aangesprokene kan dan in alle vrijheid beslissen of hij zich al dan niet opent.

Maar dit evangelie gaat niet alleen over anderen, het gaat ook over ons als we als gelovige last hebben van selectieve doofheid. Dat mensen sterven op zee, op zoek naar een menswaardig, oorlogsvrij leven is iets waar we als christen niet doof kunnen voor blijven. Daar niet doof voor blijven is ingaan op het “effata” van Jezus en ons hart openen voor deze mensen in crisis, elk volgens godsvrucht en vermogen. Maar deze kreet niet willen horen is duidelijk een “neen” tegen het “effata” van Jezus in het evangelie van vandaag.