19e zondag door het jaar (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 477 niet laden

WOORD VAN WELKOM

Opnieuw is brood het thema. Jezus identificeert zich met het brood, maar dat is geen brood dat vergaat, maar levend brood dat uit de hemel komt. Hij is het voedsel waarmee de Vader ons voedt. Dat we dit voedsel nodig hebben, blijkt uit het dramatische gebeuren van Elia die vervolgd wordt en het leven uit zich voelt stromen. "Laat mij maar sterven." Je kunt het hem niet kwalijk nemen. Toch is er een bron die niet opdroogt en die ons gaande houdt, ook als wij niet duidelijk zien welke richting die weg op gaat. Ook als wij net als Elia niet weten hoe verder te gaan, mogen wij kracht van Godswege ontvangen om weer op te staan. Laten we ons vol vertrouwen hier laven aan Gods aanwezigheid om straks onze weg te vervolgen.

HOMILIE

Een engel komt niet als een uitgenodigde gast. Een engel komt meestal onverwacht. Hij geeft vaak een antwoord op een niet gestelde vraag, of op een nóg niet gestelde vraag. Een engel past niet altijd in ons eigen plan voor het leven; hij past in Gods plan. Elia verwachtte geen engel en riep niet meer om hulp. Hij zag niet hoe God Hem nog te hulp kon komen, nu hem zoveel ellende was overkomen. Na zijn dramatische overwinning op de Karmelberg, had hij de woede van de koning over zich afgeroepen en verkeerde zijn triomf in een eenzame vluchtweg, de wildernis in. Dat is de Bijbelse plek om alles en iedereen te ontvluchten, tot en met God en jezelf.

Elia weet dat hij in de woestijn zit en dat er geen levenskansen meer voor hem zijn. Het hoeft ook niet meer van hem. De wildernis komen we overal tegen. Deze kan veel gedaanten aannemen: het zijn plekken waar de mens als mens, als schepsel Gods, als kind van liefde en barmhartigheid niet meer kan leven. De wildernis is een plek waar de mens zijn levensvragen niet meer stelt, waar hij deze niet meer hoeft te stellen. Een mooie, rustige, alledaagse wereld kan een wildernis zijn, waar de mens prettig in slaap wordt gesust en geen vragen meer stelt die dieper graven dan het alledaagse amusement.

Een wereld kan echter nog zo'n wildernis zijn, maar dat verhindert de engel van God niet om er te komen, om de mens een zet te geven: "Sta op en eet!" Terwijl Elia niet meer wil opstaan, niet meer wil eten. Alles staat hem tegen. Heeft hij om een engel gevraagd? "Sta op en eet, anders gaat de reis je krachten te boven." Wie zegt dat Elia nog moet reizen? Was zijn reis niet al lang afgelopen? Waar mensen aan hun einde lijken te zijn gekomen, maakt God een nieuw begin.

Maar wie zit er op een nieuw begin te wachten? Het leven is toch goed zo? Mensen kunnen aan de wildernis gewend raken en denken dat de wereld waarin zij leven, goed genoeg is. Ik kom nogal eens mensen tegen die van kerk en geloof weinig meer weten. Vragen naar God en naar de zin van hun leven en de betekenis van alles wat zij doen, staan ver van hun belevingswereld af. Ze liggen buiten hun gezichtsveld.

We lezen het ook in de analyses van de afname van het kerkbezoek. Naast een kleine groep mensen die op zoek is naar verdieping, mensen daadwerkelijk energie willen besteden aan hun zoektocht naar verdieping, is de gemiddelde Nederlander tevreden met zichzelf, tevreden met de wereld zoals die zich aan hen presenteert. Ach, er is een crisis, maar die komen we wel weer te boven. Waarom zou je je verdiepen in geloof en moeilijke vragen stellen?

Is de wereld waarin we leven een wildernis geworden? Daar geloof ik niet in, zo somber en pessimistisch ben ik niet. Ik geloof wel dat veel mensen kansen laten liggen, potentieel en talenten van zichzelf begraven, links laten liggen. Mensen die geen engel nodig denken te hebben en hun verwachtingen beperkt houden tot wat het leven hier en nu te bieden heeft. Is er nog een engel die hen wakker stoot en zegt: "Kom op! Het leven is meer waard dan je nu denkt. Je hebt die wereld en je naaste en jezelf meer te bieden dan wat je nu laat zien!"

Jezus biedt in dit Brood-hoofdstuk van het evangelie van Johannes zijn voedsel aan mensen die er eigenlijk niet op zitten te wachten. Tot drie keer toe probeert Jezus hun duidelijk te maken dat wat Hij te bieden heeft, van een andere wereld komt: "Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald." Ook zijn publiek mort en snapt niet waar Hij van spreekt. Zij herkennen niet de brug die Jezus is tussen de wereld van de mens en de wereld van God.

De vraag naar godsdienst en de vraag naar God is voor veel mensen een abstracte vraag geworden, een hypothese: zou God wel bestaan? Op die vraag is geen definitief antwoord te geven. De vraag is echter: wat wordt er van mij gevraagd? De vraag naar de roeping van de mens is een andere ingang die meer confronterend is, omdat dit een vraag naar de mens is, naar jezelf. Wat denk je dat de vruchten van jouw leven zijn? "Sta op en eet van het voedsel dat de Heer je biedt in het leven en ga de weg die voor je ligt." Het is God die je die vraagt stelt.

De eucharistie die wij vieren is teken van die vraag: Christus die hier aanwezig is en zich laat delen, roept ons op om te leven van de hemelse gaven en niet van de wildernis om ons heen. Waarom laten we ons door Hem voeden? Omdat wij geloven dat de wereld waarin wij leven beter kan, dat er een wereld kan zijn die meer gedreven wordt door naastenliefde en belangeloze toewijding aan elkaar, dan een wereld van berekening, een wereld die slechts bestaat uit kleine wereldjes van individuele, losse mensen. Laten wij die engel zijn die elkaar en anderen aanspoort om op te staan, om meer te putten uit de gaven die de Heer ons geeft. Om op te staan en een nieuwe weg in te slaan. Moge die oproep aanstekelijk zijn.

Amen