19e zondag door het jaar (2009)

Beste dorpsgenoten,
Beste kijkers,
Vandaag herdenk ik een bijzondere overledene: Nicky Verstappen die 11 jaar geleden dood werd terug gebracht van een zomerkamp op de Brunsummerheide.
Een drama dat ons nog steeds het zwijgen oplegt. Dikwijls moeten tientallen jaren in stilte, pijn of schaamte voorbijgaan, voordat iemand zegt: "Zo ga ik niet verder. Dit zet ik nu van me af." Dat leren ons gelijksoortige drama's elders.
Een Iraanse schrijfster, vertrouwd met heel veel leed en geweld in haar land, heeft geschreven: "Door onze persoonlijke angsten en emoties geheim te houden, staan wij ze toe kwaadaardig te worden. Je moet in staat zijn iets uit te spreken als je wilt dat het verdwijnt."
En Dr. Margot Kässmann, de Lutherse bisschop van Hannover, schreef kortgeleden:
"Om erge gebeurtenissen passend te herdenken horen we ook te spreken over eigen leed en pijn en ons te verzoenen met ons eigen verleden. Zo dragen we bij aan verzoening wereldwijd."
Daarmee verwijst zij naar de 14 miljoen Duitsers die afstammen van families die vluchtend huis en hof moesten achterlaten in gebieden die na de oorlog door Polen en Rusland geannexeerd zijn. Zij zelf is een van hen.

De eerste lezing vertelt van de profeet die het te veel was geworden en die alleen nog maar wilde sterven. In de woestijn ging hij onder een bremstruik liggen en viel in slaap. Tot twee maal toe maakte een engel hem wakker: "Sta op en eet. Anders gaat de reis uw krachten te boven." Gesterkt door het voedsel, liep hij veertig dagen en nachten tot hij de berg van God , de Horeb, bereikte."
Ik stel me voor dat de schrijver van het vierde evangelie, die schuilgaat achter de naam Johannes, even in de zon is gaan zitten, om wat te drinken en dat hij denkt aan het verhaal uit de eerste lezing. Terwijl hij daar zit, voelt hij de warmte van de zon prikkelen en tintelen onder zijn vel. En zijn kat, die mee naar buiten gekomen is; legt zich neer, rolt zich rond en strekt zich uit en maakt zich zo groot mogelijk om de zon helemaal op te vangen.
Johannes kijkt en voelt. Hij weet niet dat de zon in één uur genoeg energie uitstoot om er de hele aarde van te voorzien, wel komt het in hem op dat die zon niets achterhoudt en zich helemaal laat gaan om hem en zijn kat dat heerlijk gevoel van zomer te geven. En hij denkt aan Jezus over wie hij aan het schrijven was. Jezus, ja, dat is die mens voor wie geen woorden bestaan, die helemaal volgelopen is met zon. En dat proces van vollopen noemde hij altijd Vader, ja zelfs, onze Vader. Maar hoe zet je dat op papier? Dat gaat net zo min als de zon op papier zetten. Die kun je alleen maar voelen als kat of mens.
Hij denkt aan " Met huid en haar", aan "Met je hele hebben en houden", nee, Jezus gaat nog veel verder. Het beeld van Abraham komt bij hem op: klaar om de keel van zijn zoon door te snijden. Hij was bereid om zijn enige jongen, Isaac, met lichaam en bloed aan God te geven, meer kon hij niet doen.
Bevangen door de intense warmte en door wat er in zijn hoofd opborrelde, begon hij weer te schrijven, stamelend zou je het kunnen noemen. Hij liet Jezus, te groot voor woorden, dingen zeggen over brood, over vlees en bloed, ja, zijn eigen vlees en bloed die hij wilde geven aan de mensen om op te eten en verder te komen.
Johannes dacht aan geen Joden die hij woedend zou maken met zulke godslasterlijke woorden. Want vlees en bloed mocht je alleen offeren aan God. Het was heel vreemde taal. Toch liet hij het zo staan.
Het is volop zomer. Je ligt ergens lekker op je rug in het gras en kijkt naar boven. Het is heel stil, je voelt de hele schepping meetrillen met de warmte om je heen en met de warme adem die binnen komt. Je voelt je vollopen met een aanwezigheid die je overmeestert en ontroert. Als je opstaat, kijkt je partner je aan en vraagt: "Wat heb je"? "Nee", zeg je, "ik bén wat."

Zo'n zomer wens ik u toe.