Zestiende zondag door het jaar (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 213 niet laden

In de bijbel worden verschillende beelden voor God gebruikt. HijZ wordt een rots genoemd, zo vast en betrouwbaar is HijZ. Ook trekt HijZ uit als een held, blakend van strijdlust. Dat de Heer een koning is zingen we vaak, een koning die zorgt voor zijn onderdanen. Soms wordt God ook vergeleken met een moeder die haar kind op de schoot vertroetelt. Het lied van de wijngaard is bekend: de Heer bouwt een wijngaard en verzorgt haar opdat ze rijke vrucht zal dragen. Het zijn allemaal beelden uit het dagelijkse leven van mensen, beelden die direct aansluiten bij hun ervaring, iets waar ze naar verlangen, op hopen.

 

In deze lezing van Jeremia is God de eigenaar van de kudde die door herders moet worden geleid. Het is een treffende vergelijking die ook wel eens verder wordt uitgebouwd dan ze is bedoeld. Zeker in deze lezing gaat het niet om de schapen maar om de herders. De profeet spreekt de koning, de leiders in het algemeen, direct aan. Door hun wangedrag en door hun zorgeloosheid wordt Zijn volk verspreid, terwijl zij zijn aangesteld om in dienst van de Heer aan het volk hun dienst te bewijzen. Maar ze doen van alles wat God verboden heeft; er heerst onrecht, goddeloosheid, corruptie en het op God gericht zijn van het volk is zoek; de gerechtigheid, Gods gerechtigheid, krijgt geen kans. Daarom levert HijZ hen en het volk uit aan de vijand. De ernst is expliciet: verscheidene keren wordt gezegd "Godsspraak van de Heer" en dan is het menens.

 

De Heer zal herders aanstellen "die hen wérkelijk leiden". Wat doet de herder? Hij weet waar zijn kudde goed voedsel vindt, hij ziet vooruit, hij leidt haar daarheen, hij beschermt de schapen tegen wilde dieren, hij houdt de kudde bijeen, hij is voor, hij is achterin, midden tussen zijn dieren, waar nodig. Hij zorgt voor de goede voortplanting. Het verloren schaap zoekt hij op, het kreupele dier verzorgt hij. Het lam op zijn schoot. Altijd bij hen. Met hart en ziel. Zó wil God de Heer zijn, en zó wil Hij dat Zijn herders zijn.

Vergeten we niet dat dit niet als een vaststaand gegeven gepubliceerd is, alsof de bijbel uit de hemel is komen vallen. Ook al zegt een profeet het, als het niet in de harten van de mensen leefde, als de mensen niet aanvoelden, op een of ander manier niet wisten dat zij zó hun verlangen mochten invullen, zou het niet hebben aangeslagen. Is het dan vreemd dat zij in een psalm zingen "Hij leidt mij in sporen van waarheid, getrouw aan Zijn Naam"? Hij leidt mij over rechte paden; paden van gerechtigheid, paden die recht op Hém afgaan: "Hij-is-er", Zijn Naam. Als het niet reeds in de harten van de mensen was gelegd, we zouden nooit herkend hebben waar we naar toe mochten leven.

 

Jeremia gaat nog verder: hij geeft een godsspraak dat er een herder uit het huis van David - beter kan niet - zal opstaan die wel bekwaam en eerlijk en rechtvaardig zal besturen zodat heel het land veilig is en de Naam van 'Hij-is-er' definitief wordt: "onze Gerechtigheid", Hij die er altijd is voor zijn mensen om hen in Zijn Gerechtigheid te hoeden, behoeden, behouden.

De geloofsbelijdenis van de apostelen is dat Jezus die definitieve gerechtigheid is. Het politieke element van landsbestuurder is in die tijd erg onzeker door corruptie, groepsbelang en machtswellust, maar daarbovenuit, als het ware daartussendoor, komt Gods Gerechtigheid naar voren in Jezus, de góede herder. Hij weet waar de weide ligt waar levendmakend voedsel te vinden is. Hij leeft naar God toe, hij leidt naar God toe, hij weet wat mensen daarvoor nodig hebben en leert hun dat, roept dat in hen wakker.

Maar hij is ook bezorgd voor de herders die hij heeft uitgezonden en gunt hun rust en bezinning na hun werk. Even alleen zijn met hem. Met hem die zelf de weide van Gods Woord is. Met hem die God kent, die Zijn Naam kent; Wiens Naam is 'Hij-is-er' maar ook 'Hij-is'. Die de paden kent die recht op God afgaan. Niet alleen paden naar zekerheid, rust, ook naar inzicht, zicht op ... op wat je 'eigen'lijk verlangt, in je eigenheid. Met hem willen de leerlingen wel alleen zijn; wie niet? Want zo is God. Als Jezus.

 

Maar de praktijk is anders. Jezus krijgt medelijden met al die mensen die hem achterna zijn gegaan en leert hun zijn paden. Want het gaat om hen, om hen die zijn als schapen zonder herder, en dat kan niet. Zij moeten toch ook kunnen zingen "De Heer leidt mij in sporen van waarheid, getrouw aan Zijn Naam".

 

Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. Er is in de wereld genoeg politiek en maatschappelijk gekonkel en gekronkel, oneerlijkheid en egoïsme, dat allemaal nergens toe leidt. Het vraagt niet alleen moed maar ook kundigheid en kennis van rechte paden om daarbinnen te kunnen functioneren. Daartoe moet je je bekwamen als je in het leven wilt staan. Maar wees ervan overtuigd dat Gods gerechtigheid al in je aanwezig is. Daarnaar zoeken zij je leidende kracht.

Misschien ook dat Gods Gerechtigheid je aanzet om in navolging van en samen met en in Naam van de goede herder een herder te worden. Het zijn vast geen makke schapen maar Zijn Naam is sterk.

 

In de tussenzang hebben we gezongen/gebeden "Mijn schreden leidt hij langs rechte paden"/"Hij leidt mij in sporen van waarheid". Dan zij het ons vergund dat "Het huis van de Heer onze woning zal zijn voor alle komende tijden"/"Ik verblijven mag in het huis van de Heer tot in lengte van dagen". Daarheen leiden zijn paden, daarheen trekt hij met ons mee. Hij die Gods Gerechtigheid zelve is, de weide van Gods Woord.

Zullen we ons even tijd gunnen dat toe te laten?