Evangelieprikje 2015

Jezus en Zijn leerlingen zijn een paar eeuwen te vroeg geboren. Hadden ze nu in België geleefd, ze hadden klacht kunnen indienen tegen de stalkers. Alhoewel, kun je mensen stalkers noemen als ze enthousiast zijn over de Blijde Boodschap die je verkondigt hebt? Waarschijnlijk niet. Wat Marcus hier beschrijft gebeurt ook nog bij veel christenen vandaag. Wie echt de Blijde Boodschap verkondigt, niet alleen met woorden maar ook met daden, zal zijn handen vol hebben. Er is altijd wel ergens iemand die een luisterend oor kan gebruiken, die een helpende hand nodig heeft … Als christen kan je bezig blijven … Voor al die goede mensen die Blijde Boodschap zijn voor anderen is dit evangelie een uitnodiging om toch ook even aan zichzelf te denken en dus tijd te maken om uit te rusten, “me-time” zoals dat nu modern noemt. Die tijd heeft elke mens nodig, het is de noodzakelijke tijd om je batterijen weer eens op te laden. Zelfs al doe je de hele tijd goed werk, dan nog moet je af en toe pauzeren. Altijd maar bezig blijven, is ook niet gezond, vaak is het een vlucht uit de realiteit. Het eerste wat je dus volgens dit evangelie moet doen, is af en toe eens niets doen.

Maar als je dat echt goed wil doen, moet je net als de leerlingen eerst je verhaal kwijt aan Jezus. Veel mensen vertrouwen hun dag, net voor het slapen gaan, aan God toe. Maar je hoeft niet altijd te wachten tot ’s avonds. Mensen bijstaan, helpen, ondersteunen, … is niet altijd eenvoudig, ook al doe je dat met nog zoveel liefde. Voor een christen is het belangrijk altijd weer te beseffen dat hij er niet alleen voor staat, altijd wil Jezus jou zorg delen; we moeten dus niet twijfelen om af en toe onze twijfel, onze angst, onze onmacht, … aan Hem toe te vertrouwen. Als je dat niet doet, kan je niet ontspannen, blijf je in gedachten nog altijd met al dat werk zitten dat nog moet gedaan worden. Dus eerst je vreugdes en zorgen aan God toevertrouwen en dan pas kan het ontspannen beginnen.

Maar tijd vliegt, ook in het evangelie hebben de mensen Jezus en zijn gevolg vlug opgespoord, nog voor ze de eenzame plek bereikt hadden. Jezus ziet de menigte en Hij had met hen te doen omdat ze als schapen zonder herder waren. Die herder: wat moet die doen? Hij moet de schapen beschermen, maar ook zorgen dat ze voldoende eten en drinken hebben, hij moet richting geven aan de kudde. Wij hebben uiteraard Jezus, en de Bijbel en paus Franciscus en bisschoppen en priesters en godgewijde vrijwilligers, maar zitten daar echte herders tussen? Ik denk het wel, maar toch zijn er ook vandaag veel mensen die deze herders niet kennen of herkennen en die op de dool zijn, zinloos door het leven wandelend. Jezus wil uiteraard ook hen onderwijzen. Hij rekent daarvoor op ons en al die andere die delen in het herderschap van Jezus. En daarmee is de cirkel weer rond : we zitten terug bij de mensen die de Blijde Boodschap in woord en daad verkondigen.

Nu, je inzetten voor anderen kan eigenlijk elk mens. Voor een christen is het een uitdrukking van Gods liefde voor elke mens. Jezus begint te onderrichten omdat Hij met hen te doen had. Is dat niet fantastisch? God is geen onbewogen architect, maar Iemand die zich laat bewegen door mensen om dan uiteindelijk mensen weer in beweging te krijgen. Als wij ons vanuit een gelovige bewogenheid inzetten voor anderen, dan mogen we nooit die ander vergeten. Het is God en die ander die ons in beweging zetten, die bruggen slaan, die ons willen samen brengen. Als een christen Gods liefde zichtbaar wil maken, dan is dat altijd voor een concrete persoon, voor die mens. Het is niet zomaar goed doen in het wilde weg, neen, het is opgeroepen worden door die ander en Bijbels gezien ook door die Andere. Het is zeer verleidelijk om zo actief te worden dat de mensen die we helpen gewoon nummertjes dreigen te worden, één van de velen die we geholpen hebben. Het zou jammer zijn mocht dat gebeuren. In onze inzet voor anderen moeten we ons blijvend laten raken door die ander. De mensen aan wie we de Blijde Boodschap proberen te verkondigen, hetzij met woorden, hetzij met daden, zijn geen objecten, het zijn mensen met een bepaald karakter, met gevoelens en gevoeligheden, … Het is niet slecht die mens wat te leren kennen opdat hij of zij wat meer zou worden dan iemand die je helpt. Ik heb me ooit laten vertellen – ik weet niet of het waar is – dat een herder zijn schapen een naam geeft. Ik denk dat dit gebeurt om dezelfde reden, om dat ene dier het “schaap-zijn” te laten overstijgen. Dat betekent niet – en dan zit ik weer bij mijn begin – dat we al die schapen mee moeten nemen naar huis, neen, integendeel, je mag ze aan de Herder toevertrouwen, je moet ze aan de Herder toevertrouwen.