16° Zondag B (2012)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden
Hoe angstwekkend actueel kunnen woorden van lang geleden klinken. De profeet Jeremia legt in zijn tijd een krisis bloot in de leiding van het volk van God. Zijn beschrijving komt ons, in onze tijd, bekend voor: herders die door hun manier van leiding geven het volk van God uit elkaar hebben gedreven. Sommigen hebben hun macht misbruikt. Sommigen hebben de mensen onnodige zware lasten opgelegd, waar ze zich zelf niet eens aan hielden [cf. Mt 23,4]. Sommige herders hebben de wapens opgenomen [vs. Mt 26,52], terwijl anderen een soort vrome passiviteit hebben gepredikt [Mt 15,8 cf. Jes 1,10-28. Lk 10,25-37].

Denk dus niet dat misstanden alleen iets zijn van de laatste tijd. Denk niet dat zulk onrecht alleen in de katholieke Kerk zou voorkomen. Maar bedenk wel, dat óók of juist in zulke situaties God Zelf ons aanspreekt. “Ik zie uw misdaden” [Jer 23,2] en Hij handelt ernaar. Hij stelt namelijk nieuwe herders aan, omwille van Zijn volk. Immers, God is liefde en daarom zal Hij Zich altijd inspannen voor het welzijn en het heil van iedere mens [Joh 5,17. 1Joh 4,8-10].

Welke zijn dan die nieuwe herders? Want daarover zijn de meningen nogal verdeeld. De touwtjes worden momenteel strakker aangehaald in de Kerk, regels worden strikter toegepast, want – zo is de redenering – eerst moet weer duidelijk worden wie we zijn en waar we voor staan. Anderen willen juist een grotere verantwoordelijkheid voor iedere gelovige, zodat vrijheid gepaard gaat met bewuste keuzes voor het goede, van binnenuit. Maar hiervoor is dan wel nodig dat mensen zich verdiepen èn dat er open gesprekken kunnen zijn. Dan heb je bovendien een groot vertrouwen nodig, in de mens, maar vooral ook in de Heilige Geest.

De profeet Jeremia noemt een aantal kenmerken van die nieuwe herders, van leiders die het volk van God nodig heeft. Ten eerste, zegt hij, moeten zij ervoor zorgen dat niemand meer bang is, dat er geen angst heerst [Jer 23,4 cf. Ps 27,1. Mk 5,36 etc.]. Het valt mij op dat zeer velen schade hebben opgelopen aan de angst die hun in Gods Naam is ingeplant: de onevenredige nadruk op zonde – vooral m.b.t. de sexualiteit – en de dreiging van (eeuwige) straf. Een groot deel van de recente kerkverlaters is weggegaan vanwege een fnuikende angstcultuur. Begrijpelijk, edoch onjuist, want liefde verdrijft de angst, zoals Johannes het zegt [1Joh 4,18], en liefde vormt het hart van wat Jezus leert [Mt 22,34-40 cf. Rom 13,8]. “Herders nieuwe stijl” moeten dus geen angst inboezemen of mensen bang maken.

Het tweede kenmerk van een goede herder is dat onder zijn leiding niemand verloren loopt [Jer 23,4 cf. Joh 10,16]. Dat klinkt heel sympathiek, maar betekent een enorme inspanning, voor ieder van ons! Want zo mag niemand op voorhand uitgesloten worden. Loop dan in gedachte maar eens de groepen langs, die al bij voorbaat veracht en gemeden worden in onze samenleving en in onze geloofsgemeenschap. Bovendien lopen inmiddels hele generaties verloren, die bij de Kerk geen aansluiting vinden. Als we alleen maar gericht zijn op wat er in de Kerk gebeurt, als wij alleen maar antwoorden hebben op vragen die door de mensen van hier en nu niet gesteld worden, zullen nog velen nodeloos verloren lopen.

Tenslotte moet volgens de profeet Jeremia een herder naar Gods hart eerlijk en rechtvaardig zijn, zodat Zijn mensen zich vrij en veilig kunnen weten [Jer 23,5v]. Dus: geen machtspelletjes, geen carrièredenken, geen aanzien des persoons [Ga 3,27v. Jak 2,1-4].

Het is niet vreemd dat mensen in de persoon van Jezus de vervulling hebben gezien van deze aankondiging. Hij voldeed aan de kenmerken [N.B. Jer 23,5 cf. Mt 1,1-17]. Het evangelie van vandaag laat dat ook zien: Hij heeft aandacht voor Zijn leerlingen [Mk 6,31] èn Hij wordt ten diepste bewogen door de mensen die doelloos ronddwalen [Mk 6,34a]; Hij geeft hun wat ze nodig hebben: een nieuwe oriëntatie. Hij geeft niet ‘even’ het antwoord – “zo is het, punt” – maar Hij neemt alle tijd [Mk 6,34b], om hen bekend te maken met het goede nieuws van God.

Als wij in Gods Naam niet geraakt kunnen worden door vluchtelingen, door mensen in moeilijkheden dichtbij en verder weg, als we bij het zien van iemand ons oordeel al meteen klaar hebben, als wij niet de tijd en de aandacht kunnen nemen om anderen te ontmoeten, omdat we het zo “druk” hebben of omdat de ander zo anders is, dan hebben wij het “leiderschap nieuwe stijl”, het herderschap in de Geest van Jezus, niet goed begrepen.

Je kunt zeggen: “Ik ben geen bisschop, ik ben geen priester.” Maar krachtens ons doopsel deelt iedereen in het algemene priesterschap van Christus [Ap 5,10]. M.a.w. allen dragen wij medeverantwoordelijkheid voor het goede leiderschap in de Kerk – ook als je niet gewijd bent en niet gestudeerd hebt en ook als je zogenaamd te jong bent [Jer 1,6v] of al oud.

In de Tweede lezing, in de Brief aan de christenen van Efese zien we daar een mooi voorbeeld van. Paulus legt uit dat door Christus de scheidsmuur tussen de Joden en niet-Joden is afgebroken. Dit was revolutionair, want Joden en niet-Joden, dat waren twee strikt gescheiden werelden! [Ef 2,14 cf. Mt 15,21-28]. In die geest zijn door Paus Johannes Paulus II de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn neergehaald. Maar ondertussen worden er ook weer nieuwe muren opgebouwd: letterlijk tussen Israël en Palestina, maar ook hier, in Nederland, met name tussen autochtonen en allochtonen. Racisme maakt dat er opnieuw een cultuur van angst gaat heersen, mensen opnieuw verloren lopen, niet eerlijk worden bejegend en dat medemensen daar niet eens meer door worden geraakt…

Als wij hier Eucharistie vieren, breekt Christus de muren die ons van elkaar scheiden opnieuw af: mensen die hier en die elders zijn geboren, rijken en armen, eenvoudige en aanzienlijke mensen, mannen en vrouwen, ouder en jonger, gehuwd en ongehuwd of niet meer gehuwd, homo en hetero, gezonden en zieken – iedereen die Zijn stem verstaat zal mèt God over elke scheidingsmuur heen springen [Ps 18,30]. Wèg is de angst! Zo kunnen allen gezamenlijk naderen tot Degene Die ons uitvoerig leert wat waarachtig en rechtvaardig is, wat strekt tot ons welzijn en ons heil. Hij, de Goede Herder maakt ons tot herders naar Zijn hart, om ook voor elkaar zo goed als God te zijn [cf. Ps 23]. Moge onze deelname aan deze viering ons daartoe inspireren en sterken. Amen.