Een stok, goed schoeisel en een grote dosis vertrouwen (Mc. 6,7-13)

Het zijn goede raadgevingen voor een tocht: neem een wandelstok mee en draag goed schoeisel. Maar wij voegen daar onmiddellijk een aantal andere aan toe. Zorg voor bescherming bij regen, voorzie water bij hitte. Neem enkele pleisters mee voor de voetverzorging. In plaats van achter te laten nemen wij steeds meer mee. Jezus reduceert nochtans tot het meest elementaire en het allernoodzakelijkste.

Misschien was er oorspronkelijk in de raadgeving van Jezus zelfs geen sprake van een stok of van schoeisel. Hij ging barrevoets. Hij was een vredesgezant. Een stok zou wel eens als wapen kunnen gebruikt worden en mocht bijgevolg niet mee (Lc. 9,3).

De arme Jezus

De raadgevingen bij de zending van de leerlingen gaan in hun dwingende radicaliteit op Jezus zelf terug. In wat hij zei tot zijn leerlingen geeft hij een beeld van zichzelf. Jezus was heimatloos, steeds onderweg. Hij trok met een kleine groep leerlingen doorheen Galilea om de heerschappij van God te verkondigen. Zij nemen geen proviand mee en hebben geen geld bij zich. Hij deelde het lot van de armste. “De vossen hebben hun holen en de vogels hun nesten. De Mensenzoon heeft geen plaats om zijn hoofd neer te leggen” (Mt. 8,20; Lc. 9,58). Jezus  verwacht dat zijn leerlingen zijn voorbeeld en zijn levenswijze volgen.

Nadat zijn leerlingen al een tijd bij hem waren, stuurde hij hen op zending doorheen Galilea. Zij hebben ondertussen al heel wat meegemaakt met hem. Ze hebben gezien hoe hij gehoor vond maar zij hebben in Nazareth vastgesteld dat er tegenkanting kan komen, daar waar je ze het minst zou verwachten, bij familie en dorpsgenoten.

Hij stuurt hen op zending en geeft zijn consigne mee. Het leek eenvoudig: neem geen ballast mee, maak het niet te ingewikkeld, heb vertrouwen. Hun proefmissie was allicht van korte duur en niet al te ver weg. Zo moesten zonder vooringenomenheid optreden, er op rekenen dat ze in contact zouden komen bij mensen die hen gastvrij zouden opnemen. Bij tegenkanting zouden ze er niet te zwaar aan tillen. Ze zouden het stof van hun voeten schudden en elders opnieuw beginnen.

Vertrouwen

Wat voorop moet staan is vertrouwen. De voorzieningen zijn minimaal. Geen voedsel, geen proviand, geen geld. Vertrouw er op dat dit je zal gegeven worden,

Mag ik dit verwachten van mensen die ik zal ontmoeten? Her en der zijn er voorbeelden van pelgrims, die met niets zijn vertrokken en toch voedsel en een onderkomen hebben gevonden. Daarnaast zijn er de vele zwervers en daklozen, die niet weten waarheen.

Jezus vertrouwt er op dat eerlijkheid, oprechtheid een goed respons zal krijgen. Zijn leerlingen moeten contact opnemen met de mensen, in hun huizen binnen gaan, aanvaarden wat ze hen voorzetten. Tijd maken en naar hen luisteren. Door zo te handelen horen ze wat mensen meemaken, welke zorgen ze hebben, wat hun vreugde verschaft, wat op hen drukt. Niemand is vrij van trauma’s en waar er een aandachtig oor is, komen ze boven en kunnen eventueel door aandacht verminderd worden. Op die manier hebben de leerlingen op hun tocht zieken genezen en mensen bevrijd van wat op hen drukt. Tegelijk hebben de leerlingen kunnen vertellen wie Jezus voor hen was, hoe hij over God dacht en hoe hij mensen wou samenbrengen.

Twee aan twee

Jezus zond zijn leerlingen twee aan twee. Ze mochten geen solospeler zijn en niet vereenzamen. Ze kunnen elkaar aanvullen. Beleidsmensen kunnen er onder lijden dat zij alleen staan om de uiteindelijke beslissing te nemen.

Marcus noteert dat de leerlingen enthousiast van hun proefmissie zijn teruggekeerd en dat zij bij Jezus verslag uitbrengen over wat ze beleefd hebben, over wat ze gedaan hebben en wat ze hadden onderwezen.

Na het heengaan van Jezus hebben zijn leerlingen en hun opvolgers op die wijze het goede nieuws van Jezus verkondigd.

Vrouwe armoede

Het programma met de leefregel die Jezus aan zijn leerlingen meegaf was en is uitdagend. Wij beseffen dat wij er soms ver van afgeweken zijn. Het geraakte bestoft onder een gesettelde kerk. Nu en dan kreeg het zijn frisheid terug. Franciscus Bernardone uit Assisi, de zoon van aan rijke lakenhandelaar, is getekend door de ontmoeting met een melaatse en kiest in levenswijze, waar vrouwe armoede vooropstaat. Er zijn armoedebewegingen die, omwille van hun radicaliteit, als ketters vervolgd werden.

Paus Franciscus is al vijf jaar bisschop van Rome. Vanuit zijn Latijns-Amerikaanse achtergrond is hij bezorgd om een arme en dienende kerk. Hij heeft al herhaaldelijk laten aanvoelen dat hij van de zendingsrede houdt, die Jezus hield voor zijn leerlingen. Een missionaire kerk sluit zich niet op, ze gaat tot aan de periferie. Hij zoekt het niet in grote plannen en overdreven structuren. Hij gelooft in de kracht van eenvoudige middelen. Toch ondervindt hij dat het tijd vraagt eer deze visie doordringt. Samen met negen kardinalen, leden van zijn kroonraad, werkt hij aan een moeizame hervorming van de curie. Hij wil aanwezig en met hedendaagse middelen de mensen bereiken. In bisdommen zijn structuurplannen uitgedokterd. Is de spirit en de dynamiek van de zendingsrede erin aanwezig?

Neem niets mee voor onderweg”. Eric Galle gebruikt deze uitspraak van Jezus in zijn zendingsrede als een titel voor zijn boek over kwetsbaarheid als een beeld van God. Hij pleit voor een ontvankelijke grondhouding. “De neiging om vooraf te plannen en je op van alles te voorzien, is normaal en natuurlijk, maar verhindert je onbevangen en ontvankelijk te zijn voor wat zich onderweg aandient. Je ontdoen van wat je liefst zou willen meenemen, is een blijvende opgave. Daarom: ‘neem niets mee voor onderweg’, behalve dan dat devies zelf – om je eraan te herinneren dat je het moet afleren en om in te zien dat het beter zo gaat. En dan te mogen ervaren dat je soms geheel onverwacht boven jezelf uitgetild wordt. Want de plek waar het gebeurt, is onderweg, niet vooraf” (Erk Galle, Kwetsbaarheid is des mensen, godzijdank in Tertio 918, 13.09.2017).

Op het gedachtenisprentje van Zuster Fanneke (1922-2018) staat deze eenvoudige zin: “Op de reis naar het eeuwig leven neemt de mens niets anders mee dan de liefde waarmee hij van God en van de mensen heeft gehouden.”

  • Een seminarist deed autostop in een tijd dat dit nog al frequent voorkwam. Het was in het Waalse landsgedeelte. De chauffeur die hem meenam vroeg hem naar het verschil tussen God en de jonge seminarist. “Dieu est partout par son essence. Vous, monsieur l’abbé, vous êtes présent par l’essence des autres.” « God is overal aanwezig vanuit zijn wezen en zijn (essentie); u bent het dankzij de ‘essence’ (de benzine) van anderen.»
  •  
  • Sebastien de Fooz woont in Brussel. Op 19 mei 2018 vertrok hij van bij hem thuis voor een tocht van één maand door Brussel. ’s Avonds kwam hij niet naar huis terug. Hij ging ook niet bij vrienden of kennissen aanbellen. De ontmoeting was zijn dagbestemming en vertrok van een empathische en open houding. Zij bepaalde de kwaliteit van de ontmoeting in een stedelijke context (www www.sebastiendefooz.com)