Zie eens hoe Hij van hem hield (Joh. 11,36)

De evangelies van de drie opeenvolgende zondagen in de Veertigdagentijd zorgen voor een climax. Onder de vele verlangens van een mens kiest Johannes er drie uit: het verlangen naar levend water, de nood aan licht, de hoop op leven. Hij geeft daarmee aan dat Jezus een antwoord is op fundamentele behoeften. Zondag na zondag zetten de doopleerlingen langs deze weg stappen naar Pasen.

Trilogie

Na de ontmoeting met de Samaritaanse bij de put van Jacob, daarna deze met de blinde aan de vijver van Siloam staat Jezus deze vijfde zondag bij het graf van zijn vriend Lazarus. Hij zegt van zichzelf dat Hij de verrijzenis is en het leven. In de opbouw van het vierde evangelie is dit verhaal van de opwekking van Lazarus het laatste van de zeven tekenen en werken van Jezus tijdens zijn leven.

We kunnen ons gemakkelijk inleven in het verhaal. Wanneer iemand ziek is, lijdt de familie en voelen vrienden mee. Familie kan ontgoocheld zijn wanneer vrienden dan wegblijven en geen teken geven van meeleven. Wanneer een geliefde sterft, is er droefheid in het gezin en de familie. Buren en bekenden leven mee in de rouw. Geleidelijk kan het verdriet keren en vinden mensen vanuit hun geloof een sprankeltje hoop. Ze hopen dat Gods liefde reikt tot over het graf heen. Martha en Maria rouwen en zijn bedroefd. Martha vertrouwt er op dat haar broer zal verrijzen op de laatste dag. Zij is tegelijkertijd nuchter en zakelijk. Zij aanvaardt dat haar broer is gestorven en weet dat er de vierde dag geen sprake meer kan zijn van leven. De dood is onherroepelijk.

Haar zus Maria zegt minder. Zij was er van overtuigd dat Jezus de dood van haar broer had kunnen tegenhouden. “Heer, als je hier waart geweest dan was mijn broer niet gestorven.” Kunnen we de dood tegenhouden?

De vierde dag

Op de vierde dag, wanneer de dood onherroepelijk is, wordt het onmogelijke mogelijk. Jezus leeft mee met het leed van de zussen van Lazarus. Hij weent omdat hij van Lazarus heeft gehouden. Hij gaat naar het graf en staat met zijn groot vertrouwen in zijn Vader tegenover de dode. Na het gebed tot zijn Vader spreekt Jezus tot de dode: “Lazarus, kom naar buiten.” Jezus geeft dan de opdracht om Lazarus te ontdoen van de windels en de doeken.

Wat heeft Lazarus toen gezegd? Het staat nergens geschreven. Johannes geeft aan dat er zes dagen later een feest was ter ere van Lazarus en dat veel Joden toen naar Bethanië waren gekomen, waar Lazarus met zijn zussen woonde. Zij kwamen niet omwille van Jezus maar om Lazarus te zien die hij uit de doden had opgewekt.

Opstanding

Ondertussen richt de evangelist Johannes zijn lezers reeds op een ander graf, dit van Jezus zelf. Tijdens deze maaltijd, die zes dagen later plaats had, heeft Maria de voeten van Jezus gezalfd. Het huis hing vol van balsemgeur. Jezus duidt het gebaar van Maria. Hij zegt dat zij die dit gebaar stelde, het deed in het vooruitzicht van zijn eigen begrafenis. Hoezo? Zal hij die anderen doet opstaan zelf moeten sterven? Gans het verhaal van Lazarus is een aanzet tot de belijdenis dat Jezus de Verrijzenis is en het Leven.

Waar de ene kwaad zijn op Lazarus omdat hij niets heeft gezegd nadat hij uit het graf kwam en daarmee het hele verhaal afschrijven, zijn andere dankbaar om dit unieke Bijbelverhaal. De Russische schrijver Dostojewski is een van deze. Hij gelooft zowel in de echtheid van het verhaal als in zijn symbolische betekenis. Hij vertelt in zijn roman Schuld en Boete over Raskolnikov. Deze begin een dubbele moord. Gekweld door zijn misdaad gaat hij naar zijn vriendin Sonja en vraagt haar het verhaal voor te lezen van de opstanding van Lazarus. Het aanhoren van dit verhaal van Lazarus is een keerpunt in zijn leven. Hij aanvaardt de straf voor zijn daden en gaat naar een strafkamp in Siberië.

Lazarus, de zwijgzame, kan ons aanzetten om op onze beurt het graf te verlaten. “Er zijn andere Lazarussen in jullie midden” schreef Origines. Hij en andere denken dan aan het kwaad dat in ons steekt, dat we koesteren en waaraan wij ten onder gaan. Wanneer wij Lazarus ontmoeten en zien wat ons ontbreekt, mogen we samen met zijn zussen tot Jezus zeggen: “Heer, hij die Gij liefhebt, is ziek.” Heer, bevrijd ons. Maak ook de banden los waarmee wij aan zo veel vastzitten.

Het tafereel van de opwekking van Lazarus wordt afgebeeld op sarcofagen. “Aan het einde van de derde eeuw komen we voor het eerst in Rome, op een kindersarcofaag, in verband met de opwekking van Lazarus de gestalte van Christus tegen als de ware filosoof, die in de ene hand het evangelie, in de ander de reisstaf van de filosoof houdt. Met zijn staf overwint Hij de dood; het evangelie brengt de waarheid, waarnaar de rondtrekkende filosofen tevergeefs gezocht hebben. In dit beeld, dat zich daarna lange tijd in de sarcofagenkunst gehandhaafd heeft, wordt aanschouwelijk wat zowel ontwikkelde als eenvoudige mensen in Christus vonden: Hij zegt ons wie de mens werkelijk is en wat hij moet doen om waarachtig mens te zijn. Hij wijst ons de weg en deze weg is de waarheid. Hij zelf is beide en daarom ook het leven, waar wij allen naar uitzien. Hij wijst ook de weg over de dood heen; alleen wie dat kan is een werkelijke leermeester van het leven” (Paus Benedictus, Encycliek over de hoop).

Een nieuwe levenswandel

Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en kerkleraar, heeft de opwekking van Lazarus voor ogen wanneer hij zich richt tot de gedoopten en hen aanmoedigt tot een christelijke levenswandel. «Lazarus, kom naar buiten. Liggend in je graf, heb je deze sterke roep gehoord. Is er een krachtigere stem dan deze van het Woord? Daarop ben je opgestaan, jij die dood waart, niet sinds vier dagen, maar sinds heel lang. Jij zijt verrezen met Christus. Je windels zijn verwijderd. Val niet terug in de dood, ga niet vertoeven bij hen die in de graven wonen. Laat je niet verstikken door de windels van de zonde. Heb geen angst en schuw geen moeite om de zuiverheid van je doopsel te bewaren. Richt je met je hart op de wegen van de Heer » (Sermoen over het doopsel).

In het evangelie zijn er drie verhalen van dodenopwekking. Ze moeten gezien in het licht van de verrijzenis vaa Jezus. Het dochtertje van Jairus, de zoon van de weduwe, Lazarus van Bethanië, deze doden mochten opstaan en opnieuw het levenslicht zien. Heer, maak dat ik de vierde ben.

Doorheen gans het vierde evangelie staat de klare boodschap dat Jezus leven geeft. In wie gelooft ontspringt een bron van levend water. Wie gelooft, ontvangt het licht, Wie in Jezus gelooft, ontvangt eeuwig leven.

 « Wie in mij gelooft, zegt de Heer, zal leven naar de ziel, ook al is hij gestorven naar het lichaam, totdat ook het lichaam weer zal verrijzen om daarna nooit meer te sterven. Dit is dus de zin van: wie in Mij gelooft , ook al sterft hij, zal leven. En ieder die leeft naar het lichaam, en gelooft in Mij ook al zal hij tijdelijk de lichamelijke dood sterven, zal in eeuwigheid niet sterven, wegens het leven van de geest en het verrijzen van het lichaam tit onsterfelijkheid» (Sint Augustinus).

Predikanten in het Duitse taalgebied verwijzen  graag naar het gedicht van Kurth Marti, Auferstehung (Opstanding).

Ihr fragt, wie ist die Auferstehung der Toten?

Ich weiß es nicht.

Ihr fragt, wann ist die Auferstehung der Toten?

Ich weiß es nicht.

Ihr fragt, gibt es eine Auferstehung der Toten?

Ich weiß es nicht.

Ihr fragt, gibt es keine Auferstehung der Toten?

Ich weiß es nicht.

Ich weiß nur, wonach ihr nicht fragt:

Die Auferstehung derer, die leben.

Ich weiß nur, wozu Er uns ruft:

Zur Auferstehung heute und jetzt!

De Heer Jezus roept zowel in Bethanië als elders op tot opstanding ten leven.